Hoe meer voorstellingen ik dit jaar zie, hoe meer ik begin te vermoeden dat theater een probleem heeft.
Ofwel zijn toneelvoorstelling leeg, gekunsteld en zonder inhoud, ofwel kunnen ze nauwelijks nog theater genoemd.
Over dit laatste wil ik het vandaag hebben en over de manier waarop Hamlet met het gegeven dat theater een probleem heeft is omgesprongen.
Theater is te vaak veel te filosofisch, in de zin dat het toneelspelen bijna wegvalt en het gewoon gaat om de filosofische aard van de tekst.
Ik denk dat dit komt omdat theater zoekt naar een nieuwe vorm, iets om te breken met de typische toneelvoorstelling en wil een nieuwe richting uit gaan.
Beeldende kunst heeft het veel makkelijker omdat de schilderkunst een bepaalde vorm heeft om op terug te vallen. Om van een schilderij te kunnen spreken heb je altijd iets nodig waarop je schildert en iets waarmee je schildert.
Schilderkunst kan met deze twee gegevens echter wel evolueren en zichzelf heruitvinden.
Theater heeft het in die zin dus veel moeilijker.
Er is zijn geen vaste componenten die samen leiden tot een toneelstuk, of ze zijn in ieder geval veel minder duidelijk aanwezig.
Een theaterstuk hoeft zich niet per sé op een podium in een zaal plaats te vinden. Tekst is niet altijd noodzakelijk. Het enige wat mij een typerend kenmerk lijkt, is de mens.
Theater zoekt naar een vernieuwende vorm, maar heeft het daar duidelijk moeilijk mee, aangezien die "nieuwe vormen" voor het merendeel lijken te vervallen in filosofie.
“Is dit nu theater? Ja, want kunst moet verrassen en dit had u niet verwacht,” was de uitspraak van Peter De Graef in het stuk Niet doen.
Overigens was dit stuk louter een filosofische dialoog, maar juist dit zinnetje voegde heel wat toe aan de geloofwaardigheid van het stuk.
Iets wat op woensdag 20 maart op de!kunsthumaniora gezegd werd, was dat alles kunst kan zijn, zolang de kunstenaar het maar kunst noemt. Daar was Niet doen een mooi voorbeeld van.
Dit is overigens een manier om theater te definiëren waar volgens mij heel wat uit te halen valt.
Mijn probleem met deze redenering is echter wel dat theater op die manier simpelweg herleid kan worden tot een filosofisch relaas, wat volgens mij nooit de bedoeling kan zijn.
Theater verliest hierdoor zijn magie en datgene wat het onderscheidt van puur gedachten, van filosofie.
Het fysieke is juist datgene wat de emotie opwekt bij het publiek. De lichamelijkheid van theater zorgt er volgens mij voor dat het een vorm van kunst is, omdat het duidelijk meer is dan gewoon woorden.
Hamlet legde de vinger op de zere plek, in de zin dat dat lichamelijke zo goed weergegeven werd.
Hun ondergang zat er dan weer in dat de tekst semi-diepzinnig was en samenhang miste.
Theater zoekt naar een nieuwe, verfrissende vorm, maar kan er geen vinden omdat het zichzelf verliest onderweg.
Theater probeert zijn charmerende, lichamelijke karakter dat zo typerend is te vergeten en filosofeert op de planken.
Daardoor wordt het moeilijk om theater helemaal serieus te nemen als kunstvorm, omdat dan je evengoed thuis een boek over filosofie kan lezen.
Hamlet deed het dus op die manier goed, door vast te houden aan het fysieke. De acteurs gebruikten hun hele lichaam, de dynamiek op het podium was verbazend.
Ook qua thematiek was het stuk het toonbeeld van sterfelijkheid, wat theater naar mijn mening zo charmant maakt.
De tekst kwam zwak en onsamenhangend over, maar ook dit kunnen we interpreteren als een toespeling op de vermoeiende "filosofische" teksten die de laatste tijd zo populair lijken te zijn.
Terwijl iedereen op het podium één voor één waanzinnig wordt, verschijnt de menselijkheid in het stuk.
Dit is volgens mij waarom de voorstelling zo intrigerend was, omdat ze iets te pakken had dat essentieel is om tot een nieuwe vorm van theater te komen.
Ik heb een voorstel voor de vaste componenten van theater waar je naar op zoek bent. Ik zie namelijk vier factoren waaraan elke vorm van theater aan voldoet: tijd, lichaam, (lichaams)taal en toeschouwer.
BeantwoordenVerwijderenTijd is zeker een factor omdat een toneelstuk een bepaalde duur heeft. Zo is een publiek (meestal) gebonden om er een welbepaalde tijd aan te spenderen. Dat is in een museum vaak niet het geval. Op die manier verhoudt de toeschouwer zich al op een andere manier tot het kunstwerk. Tijdens een toneelstuk kan hij immers niet zomaar voorbij lopen en de helft van het werk missen. Door de tijd die hij eraan spendeert, wordt de ervaring intenser.
De factor lichaam slaat op de lichamelijkheid en de mogelijkheid tot beweging van de acteur(s). Ik denk dat dit overeenkomt met jouw factor "mens".
Theater is communicatie. Het wil haar publiek iets vertellen. Dat doet ze meestal letterlijk, met taal, maar dat is geen must. Er zijn ook stukken waarin er geen gesproken of verstaanbaar gesproken communicatie in zit. Zolang er echter iets "verteld" wordt, is er wel sprake van een taal. Ik denk dat je geen theater kan maken zonder enige vorm van taal.
Kan theater bestaan zonder toeschouwers? In principe wel. Giovanni Mongiano, een Italiaanse acteur, speelde twee jaar geleden zijn monoloog voor een lege zaal. Er was niemand komen opdagen. Toch stond hij erop het hele stuk te spelen: uit liefde voor theater en als protest tegen de dalende interesse voor zijn vak. Toch blijft publiek een essentiële factor voor theater. Waarom zou je immers als maker theater maken, als je van te voren wist dat niemand het zou zien? Daarin verschilt theater wezenlijk van de beeldende kunsten: een beeldend kunstenaar schept niet per se met zijn/haar publiek in het achterhoofd. Dat bevestigden ook de leerlingen van de kunsthumaniora toen ik hen tijdens de eerste ontmoeting de vraag stelde of een kunstenaar zich mag/moet aanpassen aan de verwachtingen van zijn/haar toeschouwers. Veel kunstenaars scheppen niet voor een publiek, maar voor zichzelf. Een theatermaker moet altijd, ook al schept hij voor zichzelf, toch ook voor zijn/haar publiek scheppen. Dat komt omdat een kunstwerk op zichzelf als kunstwerk bestaat en een toneelstuk niet. Zo is een prachtig schilderij dat op een zolderkamer hangt niet minder prachtig dan als het in een museum zou hangen. Een toneelstuk is van minder blijvende aard en heeft dus geen waarde als niemand het gezien heeft.
Charlotte,
BeantwoordenVerwijderenHet lijkt me vanzelfsprekend dat je voor de schilderkunst een doek nodig hebt en voor theater praktisch niets buiten de acteurs zelf. Juist omdat theater niet gebonden is aan bepaalde materialen of plaatsen, kan het evolueren en zichzelf heruitvinden, zoals je zei. Misschien is dit helemaal zo slecht nog niet en zit er wel een noodzaak achter.
Misschien moeten we appelen niet met peren vergelijken, of als we dit toch doen, dit bekijken vanuit een ander standpunt.
Laten we theater en schilderkunst bijvoorbeeld vergelijken op basis van hun doel. Want is, als we Aristoteles mogen geloven, het doel niet belangrijker dan de wijze? Het doel van theater is om mensen te amuseren en ze een manier te geven om even te ontsnappen aan de buitenwereld. Hoe meer theaterstukken je bekijkt, hoe meer ze dus in je veilige wereld liggen en hoe minder ze je een uitweg geven uit de normale gang van zaken. We gaan niet naar een theaterstuk kijken om te zien wat we verwachten, we willen iets nieuws, iets anders zien. Voor de mensen vroeger was theater op zich als iets heel buitengewoon maar omdat 'theater' geen nieuw fenomeen meer is bij ons, zoeken de regisseurs manieren om het publiek zich te laten vermaken of verrassen. In dit opzicht is de evolutie waarover je spreekt misschien helemaal zo slecht nog niet.
Buiten dat, is het niet typerend aan de mens dat ze dingen vaak beu worden, dat ze het ongekende opzoeken? Denk maar aan reizen of aan verhuizen.. Onze samenleving streeft naar constante vooruitgang, zo ook het gezegde 'stilstaan is achteruitgaan'. Sinds het begin van ons bestaan streven we naar nieuwe, betere dingen. In de wereld waar we nu leven stopt bijvoorbeeld de technologie nooit met zichzelf te verbeteren. Waarom zou theater dan niet evolueren als de wens van het publiek is dat ze iets nieuws te zien krijgen?
Wat is het doel van theater? Dat is een vraag die velen zich al hebben gesteld en waar weinigen echt een geslaagd antwoord op hebben weten formuleren. Ik vind het wat kort door de bocht om te theater te beschouwen als louter amusement of als ontsnapping. Volgens mij kan theater veel meer zijn.
VerwijderenMusicals of Hollywoodfilms, dat zijn voorbeelden van amusement. Of cultuur. Of zelfs cultuurindustrie (waar je laatste alinea trouwens een uitstekend, maar tegelijk ook schrijnend voorbeeld van is). Hoe je het ook wil noemen, je voelt het verschil in doel tussen deze media en theater. Ik geeft toe, niet elke vorm van theater onderscheidt zich van het louter amusante. Zo kan een goede deurenkomedie amusant zijn, echt meer pretentie heeft het niet. Laat staan dat het een hoger doel wil dienen dan amusement. Dit beschouw ik dan ook eerder als cultuur dan als kunst. Ik ben er echter wel van overtuigd dat bepaalde vormen van theater wel de mogelijkheid hebben om meer te doen dan amuseren.
Ik heb al verschillende keren mee een toneelstuk gemaakt. Als maker wil je dan echt iets vertellen aan een publiek. Je deelt je figuurlijke baby. Een baby is kwetsbaar, maar toch wil je hem zo graag een zoveel mogelijk mensen laten zien. Je gelooft wat je brengt. Je staat er honderd procent achter. Kunst is bovenal communicatie. En dus theater ook. Theater zeker. Je kan niet communiceren via een medium waar je niet in gelooft. Als je als acteur of regisseur niet gelooft dat theater meer kan dan enkel amuseren, dan kan je niets waardevols maken. En misschien is dit geloof maar een ijdele hoop. Deze hoop, of hij nu gegrond is of niet, schept de mogelijkheid om nieuwe mogelijkheden te creëren, om mensen te verbazen, om mensen van hun sokken te blazen, om ze helemaal anders te laten denken, om ze aan het wankelen te brengen, om hen naar het randje van de ware catharsis-afgrond te duwen. Kortweg: je moet geloven dat theater iets kan betekenen.
Deze noodzaak tot geloof wil echter niet zeggen dat je niet kritisch mag zijn naar je eigen medium toe. Dat is een trend die we tegenwoordig in de theaters vaak zien passeren. Theater over theater. Daarvan is het stuk dat Charlotte aanhaalt, Niet Schieten, slechts een van de vele voorbeelden. Volgens mij kunnen we ook bepaalde scènes uit Hamlet op die manier interpreteren. Ondanks hun (soms terechte) kritiek op het medium, kiezen de makers er toch voor het te blijven gebruiken. Dit vereist dus vanzelfsprekend het geloof dat het publiek wel zal nadenken over de boodschap.
Je hebt je vergelijking tussen de doelen van schilderkunst en theater niet afgemaakt. Ik heb dus maar te gissen hoe je het doel van schilderkunst zou invullen (als dat überhaupt mogelijk is!). Ik denk niet dat je zou zeggen dat het doel van schilderkunst amusement is. Op die manier zit je dus in jouw redenering opnieuw vast in het "appelen met peren vergelijken". Ik stel voor om de verschillende kunsten, als je ze zo nodig wil vergelijken, te gaan beschouwen op hun gemeenschappelijk doel 'communicatie'. Als kunstenaar van eender welk medium wil je immers toch bovenal iets betekenen bij een publiek, hen iets zeggen/tonen.