Een tijdje geleden kwam ik tijdens mijn opzoekwerk voor mijn parijswerk dit schilderij tegen. Het is geschilderd door (Sir, welteverstaan!) Antoon van Dyck omstreeks 1636 en het is een portret van Karel I van Engeland, tijdens de jacht. De rede dat ik nu net dit werk naar mijn blog haal, is omwille van zijn verbluffende emotieloosheid, waar ik graag iets over wil zeggen, aan de hand van Houellebecqs visie op de kunstenaar.
Het ontbreekt van Dyck duidelijk niet aan vaardigheid. Puur qua techniek is dit een prachtig werk. Qua inhoud en memorabiliteit blijft dit werk in de verste verte niet overeind en juist daarom ga ik het nu bespreken.
Antoon van Dyck werd geboren in een rijk gezin, kwam nooit iets tekort en heeft nooit echt overweldigende tegenslagen moeten incasseren. Hij was de lieveling van zijn leermeester, de grote Rubens. Hij werd hofschilder van Karel I in Engeland en was razend populair. Een sceptische frons verschijnt bij het horen van deze informatie op Houellebecqs gezicht.
Voor Houellebecq is de kunstenaar een lijdende die uit zijn lijden iets moois schept. Antoon van Dyck zou realistisch gezien absoluut niet als een lijdende mogen worden beschouwd, wat vanuit Houellebecqs standpunt meteen de charmerende mediocriteit van de inhoud van dit schilderij zou verklaren.
Ondanks het gebrek aan een interessante inhoud, kunnen we er niet omheen dat van Dyck een zeer kundig schilder is. Qua techniek is dit een prachtig werk.
Houellebecq wuift dit bezwaar echter meteen weg.
De kunstenaar is geen vakman. De kunstenaar is een onbegrepene die schept vanuit zijn pijn. In die zin heeft de kunstenaar dus geen controle over zijn schepping.
Aangezien van Dyck het merendeel van zijn portretten in opdracht maakte, is de spontaniteit van de emotie al niet meer aanwezig. Ook het feit dat van Dyck enkel het gezicht schildert en de rest overlaat aan zijn leerlingen, spreekt niet in zijn voordeel. De authenticiteit in zijn werk neemt serieus af, daar verandert zijn talent niets aan.
Ik denk dat de conclusie van de romantici op deze manier bewezen wordt. Het ontbreekt van Dyck aan de emotie om een echt, waardevol kunstwerk neer te zetten. Hij is een vakman, geen kunstenaar. Dat maakt het grote verschil.
Reacties
Een reactie posten